Zo slank als je oma

In de jaren 50 gingen vrouwen niet naar de sportschool, waren er nog geen light-producten te koop en kookten ze naar hartelust met roomboter. Toch waren ze gemiddeld slanker dan de vrouwen van tegenwoordig. Hoe kan dat?

"We denken dat we actief zijn, maar dat is niet zo", zegt voedingsdeskundige Jaap Seidell. "Vraag je oma maar eens wat zij allemaal deed op een dag."

De gemiddelde Nederlander wordt dikker en dikker. Eén op de twee is te zwaar en één op de tien is echt ongezond dik. De cijfers stijgen al jaren en een trendbreuk lijkt voorlopig niet in zicht. Light-producten, sportscholen en diëten zetten kennelijk geen zoden aan de dijk. We krijgen te veel calorieën binnen en verbruiken er te weinig. En dat betekent dat we langzaam maar zeker in gewicht toenemen.

"Om elk jaar wat aan te komen, hoef je helemaal geen grote eter te zijn", zegt Jaap Seidell, hoogleraar voeding en gezondheid aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Als we het hebben over overgewicht, gaat het niet alleen over vetzucht. Het gaat over iedereen die structureel net iets te veel eet en net iets te weinig beweegt."

Een halfuur per dag bewegen - minimaal vereist om een beetje fit te blijven - is voor velen een onhaalbaar ideaal. Niet bewegen is de norm in een moderne levensstijl, zegt Seidell. "En dat terwijl de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs naar buiten bracht dat zelfs dat halfuur nog te weinig is. Een uur per dag matig bewegen zou volgens de WHO de nieuwe norm moeten zijn."

"Het probleem", zegt Jaap Seidell, "is dat lichamelijke activiteit iets tegennatuurlijks is geworden dat je moet kopen en waar je speciaal tijd vrij voor moet maken. Je gaat naar de sportschool - liefst met de auto natuurlijk - om je voor een hoop geld een uur af te matten en zo je passieve levensstijl te compenseren. Dat vinden veel mensen niet leuk of te tijdrovend. Bovendien: een zittend leven kun je niet compenseren met een uurtje sporten in de week."

Hoe anders was het leven van vrouwen in de jaren vijftig, die zonder auto en huishoudelijke apparatuur ruimschoots aan hun lichaamsbeweging kwamen. Hoe zagen hun dagen er eigenlijk uit en leefden zij gezonder dan vrouwen nu? We gaan met twee vrouwen terug naar 1953.

"Ik denk wel dat wij gezonder leefden", zegt Rees Kwakkenbos-Schoorl (79) uit Nieuwveen. Met haar man Herman (83), met wie ze twee kinderen grootbracht, woont ze nog steeds zelfstandig in hun zelfgebouwde huis, temidden van de groene weiden. "Je zat nooit. Alleen bij een kopje koffie of thee en bij het eten. Verder waren wij altijd in beweging."

"Het was gewoon hard werken", vertelt weduwe Babs Lommerse-Franken (84) uit Rotterdam, die ook een gezin met twee kinderen had in de jaren vijftig. "Ik had geen stofzuiger, geen wasmachine. Het eten was heel gewoon en we letten nooit op vet. Daar wisten we niets vanaf. Een balletje gehakt, jus, aardappeltjes, maar wel elke dag andere, verse groenten. We waren gek op oude kaas, maar dat hadden we maar heel af en toe. Als er geld voor was. Op brood namen we daarom de goedkoopste worst: Haagsche leverworst. Die kostte een dubbeltje voor een half pond. En wij hadden natuurlijk niet die zakken chips en de cola die ze nu hebben. Een Maria-biscuitje bij de thee, dat was alles." Rees Kwakkenbos: "Wij namen een zwarte bal bij de koffie. Dat is een soort babbelaar. En als we zuinig deden, sneden we 'm doormidden."

Beide vrouwen waren in hun jonge jaren superslank en nog steeds zijn ze niet dik. Een dieet hebben ze nooit gevolgd en van sporten is het hun hele leven niet gekomen.

Lachend vertelt Rees hoe haar dagen eruit zagen in de naoorlogse jaren, toen haar kinderen klein waren. "Op maandag stond ik om vier uur 's ochtends op om de was te doen. Als de kleinste wakker werd, gaf ik snel de borst en legde hem weer terug. Tussendoor at ik een boterham. De was had al vanaf zaterdag in de week gestaan met zeep en soda, in water dat eerst in het waterfornuis was heet gemaakt. Op maandag ging het in de kuip - een soort primitieve wasmachine - dan wringen, spoelen, wringen, spoelen. Eerst wit, dan bont, dan de werkkleding. "En tot slot de witte was op het bleekveld, buiten in de zon. Het was een dagtaak."

Dinsdag werd er gestreken met een zware ijzeren bout die op de kachel werd verwarmd. Woensdag was een gemakkelijke dag, vertelt ze. "De meeste winkeliers kwamen aan de deur. Alleen voor het gehakt fietste ik naar Langerak, zes kilometer verderop. Het was daar iets goedkoper."

Donderdag maakte ze boven schoon en vrijdags beneden. En schoonmaken betekende: losliggend tapijt kloppen, met groene zeep de vloeren schrobben. "En dan natuurlijk het grind harken en de hokken van de geit en de konijnen schoonmaken." Dat ze intussen nog voor de kinderen zorgde, maaltijden kookte, jam en andere conserven maakte, de kinderen op de fiets naar Nieuwkoop bracht voor zwemles (ook zes kilometer heen en zes terug) vond ze heel gewoon.

Ook Babs weet nog goed hoe druk ze het had, al vond ze dat toen heel normaal. "Ik had geeneens warm water. Voordat ik de was ging doen, moest ik eerst naar de waterstoker om de hoek. Twee emmers heet water halen. En dat drie keer op een dag. De kleintjes maakten natuurlijk veel vuil. Ik vond het niet erg. Ik was blij dat ik het kon doen, dat ik gezond en fit was. Bovendien hadden we het heel gezellig. Vrouwen van nu hebben het veel drukker. Alleen mogen zij erbij zitten."

Stilzitten, niks doen. Dat deed je niet. "Iemand die hele dagen zat, daar was wat mee aan de hand", zegt hoogleraar Jaap Seidell. "Nu is heel de dag zitten gewoon."

Maar waren die runderlappen van Babs en Trees dan geen dikmakers? Seidell: "Vroeger werd er veel en vet gegeten, maar dat is geen enkel probleem als je het vervolgens ook verbrandt. De kunst is om te eten naar behoefte. Mensen hadden dat vet gewoon nodig voor de arbeid die ze verrichtten."

Dikke mensen zijn natuurlijk van alle tijden, maar dat het merendeel van de mensen te dik is, dat is echt een nieuw fenomeen, zegt Seidell. "Het uitdijen van de Nederlandse bevolking is ergens in de jaren vijftig begonnen. Na de oorlogsjaren was het goed dat mensen in gewicht toenamen. Ze hadden echt gebrek geleden. Tot in de jaren zeventig bleef het redelijk stabiel, maar in de jaren tachtig ging het mis: de welvaart steeg met grote sprongen, terwijl we ons door de digitale revolutie steeds minder hoefden te verplaatsen. Het is een proces dat zich op meerdere fronten voltrekt: we keken meer tv, reden meer auto, hadden meer te besteden, gebruikten meer kant-en-klare voeding, snoepten meer en dronken meer frisdrank en alcohol. Wat je de laatste tijd ook ziet is dat, net als in de VS, de porties steeds groter worden: ijsjes, candybars, maar ook de borden die je in een restaurant krijgt volgeschept en de emmer popcorn die meegaat in de bioscoop: het is allemaal extra large. De kledingmaten volgen vanzelf."

Terug in de tijd kunnen we nu eenmaal niet, als we dat al zouden willen. "Je hoeft die jaren niet te idealiseren. Gebreksziekten kwamen in de jaren vijftig nog voor en veel ouderen leden aan artrose, als gevolg van het zware werk. Maar het is wel heel nuttig om de dagbesteding van toen te vergelijken met die van nu. Dan is het schokkend om te zien hoeveel minder we ons lichaam zijn gaan gebruiken, in zo'n relatief korte tijd van vijftig jaar. En dat proces zal alleen maar doorgaan. Want er komen steeds meer liften, roltrappen, transportbanden, kant-en-klaarproducten en auto's."

Het geheim van voldoende beweging zit 'm dan ook niet in sporten, vindt Seidell. "Wat je moet proberen, is lichaamsbeweging in je gewone bestaan in te bouwen. We moeten opnieuw leren omgaan met de omgeving die we zelf hebben gecreëerd."

En daarin kunnen we wel wat leren van onze grootouders. Door de fiets te pakken in plaats van de auto, de trap in plaats van de lift, door zelf je groenten te snijden in plaats van ze kant-en-klaar te kopen, door elk loopje dat je tijdens je werk of thuis kunt maken, uit te buiten. Zie het als een kans. Alles telt mee om dat uur beweging per dag te halen. Het kost meestal geen extra tijd en nooit extra geld. Maar je spaart wel je gezondheid."


Wat eet een vrouw?

In 1953

Ontbijt: drie boterhammen met margarine en zelfgemaakte jam, thee met suiker (526 kcal)
Tussendoor: koffie met melk en suiker, Maria-biscuitje, een appel (138 kcal)
Lunch: aardappelen, gestoofd rundvlees, jus, verse snijbonen, zelfgemaakte appelmoes (664 kcal)
Tussendoor: thee met suiker, 1 snoepje (35 kcal)
Avondmaaltijd: 5 boterhammen met margarine, stroop en spek, een glas volle melk, seizoensfruit (1353 kcal)
Tussendoor: thee met suiker, een Maria-biscuitje (58 kcal)
Totaal: 2774 kcal per 24 uur


In 2003

Ontbijt: volle yoghurt met cruesli, koffie met melk (272 kcal)
Tussendoor: een appel, een plak ontbijtkoek, koffie met melk (129 kcal)
Lunch: tomatencrèmesoep, slaatje, 1 broodje met halvarine en kaas, een glas halfvolle melk (497 kcal)
Tussendoor: een Mars of andere reep, 1 glas frisdrank (385 kcal)
Avondmaaltijd: witte rijst, kip in een kant-en-klare tandoorisaus met crème fraiche, salade met kaasblokjes, noten en vinagrette. Dessert: fruitsalade met slagroom, 1 glas wijn (952 kcal)
Tussendoor: portie studentenhaver, 1 glas wijn (304 kcal)
Totaal: 2539 kcal per 24 uur


Een maandag van een moeder

In 1953

04.00 uur: opstaan, water stoken voor de was, intussen aankleden
04.30 uur: waskuip vullen, wassen, spoelen, wringen
07.00 uur: ontbijt maken, kinderen wekken en wassen, aankleden, eten
08.15 uur: kinderen lopend naar school brengen
08.40 uur: nogmaals de was doen en de warme maaltijd bereiden
11.30 uur: kinderen ophalen, gezamenlijk warm eten
12.30 uur: kinderen wegbrengen
13.00 uur: laatste wasronde, was te drogen hangen en op het bleekveld leggen
15.30 uur: kinderen van school halen.
16.00 uur: overig huishoudelijk werk, avondmaal bereiden
18.00 uur: brood eten
19.00 uur: kinderen naar bed brengen
Avond: opruimen, afwassen, verstelwerk of breien


In 2003

06.45 uur: opstaan, kinderen wassen en aankleden
07.00 uur: douchen, aankleden, ontbijt maken
07.30 uur: ontbijten
08.15 uur: kinderen naar school en crèche brengen op de fiets (10 minuten heen en terug)
08.45 uur: naar kantoor met de auto
09.00 uur: tot 12.00: bureauwerk
12.00 - 12.30 uur: lunch in de kantine
12.30 - 17.00 uur: bureauwerk, soms een autorit voor het werk van 1 à 2 uur
17.00 uur: met de auto boodschappen doen
17.30 uur: kinderen ophalen met de auto
18.00 uur: koken, afwassen, kinderen naar bed brengen
20.00 uur: tv-kijken, lezen
 

Printversie

Bron: Martine Boelsma, Algemeen Dagblad 7-11-2003

Terug