Dikmakers tijdens de feestdagen

Wie alcohol drinkt en spruitjes eet, wordt dik. Je kunt dus maar beter geen spruitjes eten. Het zou goed kunnen dat menig lezer deze opvatting is toegedaan.

Berichten over wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van stoffen in voeding op de gesteldheid van mensen, zijn moeilijk te begrijpen. Ze lijken elkaar soms faliekant tegen te spreken. De ontdekkingen ontnemen je vertrouwde zekerheden, en wie niet van spruitjes houdt, leest graag dat je er iets van krijgt.

Nog altijd zegt de theorie dat alcohol dik maakt, en dat papegaait het Voedingscentrum na. Vandaar de waarschuwing bij de naderende feestdagen tegen 'Amerikaanse dikte'. Maak je niet dik, heet de campagne waarmee het Voedingscentrum ten strijde trekt tegen 'beruchte caloriebommen'. Bovenaan op de lijst van grootste dikmakers staan de borrelhapjes, vooral kaas, gevolgd door stokbrood met kruidenboter, banketstaaf en chocolade. En dan, op nummer vijf, staan wijn en bier, want ook dat zijn dikmakers. Het Voedingscentrum mistte de afgelopen maanden blijkbaar een berichtje, want die theorie klopt niet. Althans, dat zegt weer een andere theorie: alcohol maakt niet dik.

Franse wetenschappers hebben na een jarenlang onderzoek geconcludeerd dat matig alcoholgebruik niets te maken heeft met gewicht. De Spaanse Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek deed er nog een slok bovenop en stelde dat een dagrantsoen van twee liter bier geen gevolgen heeft voor het lichaamsgewicht.

Andere conclusies: vrouwen die dagelijks tot vijf glazen alcohol nuttigden, hebben zelfs een lager gewicht. Het gewicht van mannen veranderde niet bij een variabel alcoholgebruik en als de koolhydraten (brood, aardappelen en pasta) in voeding werden vervangen door alcohol, ja, dan daalde het lichaamsgewicht zelfs. Dat is dus heel iets anders dan wat het ('eerlijk over eten') Voedingscentrum predikt.

Maar hoe komt dat dan toch dat alcohol niet dik maakt? Dat weet nog steeds niemand. Er zijn alleen sterke vermoedens. En de meest voor de hand liggende is dat het lichaam blijkbaar lang niet alle energie uit alcoholische dranken opneemt, maar dat deze het lijf weer voor een groot deel ongebruikt verlaat.

En dat is allerminst een vreemde theorie. Eet maar eens een hand spijkers. Daar zit veel ijzer in en dat is goed voor het lijf. Toch zegt niemand dat we spijkers moeten eten, want dat zou weinig helpen. De hoeveelheid ijzer namelijk die mensen uit spijkers opnemen, is te verwaarlozen.

Maar zet daar eens een maaltje kapucijners tegenover, ja, dan zien we het ijzergehalte in het lijf wel stijgen. De biobeschikbaarheid, zoals eetgeleerden dat noemen, van ijzer uit spijkers is nihil in vergelijking met ijzer uit peulvruchten.

Het lichaam is dus kieskeurig. Aan de Universiteit van Wageningen promoveerde enkele jaren geleden een wetenschapster op een onderzoek naar spinazie als mogelijke bron van stofjes tegen ziekte en verdriet. En veel was niet wat we dachten. Wageningen leerde ons niet alleen te kijken of het waar is dat in voedsel stoffen zitten die bijzondere diensten kunnen bewijzen in het mensenlichaam, maar vooral ook hoeveel van die stoffen na het eten blijven hangen. Daar gaat het tenslotte toch om.

En wat bleek, Popeye had beter geen blik spinazie kunnen opentrekken om zijn ijzervoorraad aan te vullen, want het lijf neemt er weinig van op. Nee, met een pot doperwten was hij veel beter uit geweest. Inderdaad, doperwten bevatten minder ijzer dan spinazie, maar de biobeschikbaarheid daarvan is juist weer groter, zodat het lichaam dat makkelijker opneemt.

Wetenschappers nu verwachten dat het met de dikmakers in alcohol hetzelfde gaat. Daar komt nog bij dat een alcoholconsumptie soms zelfs minder calorieŽn bevat dan een glas vruchtendrank om niet te spreken van frisdrank. Dat zijn ware caloriebommen, maar die noemt het Voedingscentrum niet. Een glas rode wijn bijvoorbeeld bevat ongeveer 75 kcal. Een glas appelsap daarentegen 95 kcal en druivensap 150 kcal. Het advies van Franse en Spaanse onderzoekers is daarom: drink gerust, zij het met mate.

Maar vraag nu eens de mening van een leverspecialist en je krijgt weer een heel ander verhaal. Dat we beter geen druppel alcohol kunnen drinken, vanwege het verwoestende werk in de lever. Om gek van te worden. Maar toch mogen we ons daar tijdens de feestdagen niet dik om maken van het Voedingscentrum.

Bron: Wim Meij, Algemeen Dagblad 16-12-2003

Terug

Printversie