Heb mededogen met de dikzak

Beleidsmakers zien de strijd tegen overgewicht vooral als een kwestie van gedrag: gewoon meer bewegen en minder eten. Dikkerds die dik blijven zijn blijkbaar te beroerd of te zwak om er wat aan te doen. De Wageningse voedingswetenschapper dr. Sander Kersten neemt het voor hen op. De genen spelen een veel belangrijker rol dan de gezondheidsvoorlichting suggereert. Obesitas (zwaar overgewicht) is een ziekte. Zwaarlijvigheid is in belangrijke mate genetisch bepaald.

Een Canadees onderzoek uit 1990: twaalf paar eeneiďge tweelingen (die zijn genetisch identiek) kregen gedurende honderd dagen dagelijks duizend kilocalorieën extra te eten. De verschillen in gewichtstoename waren groot: van vier tot dertien kilogram. Maar nu komt het: de onderlinge verschillen in gewichtstoename tussen tweelingbroers bleken zeer beperkt. De conclusie die uit het onderzoek getrokken kan worden is glashelder: gewichtstoename bij overeten wordt voor een groot deel door erfelijke factoren bepaald.

Nog eentje, een Amerikaans onderzoek: eeneiďge tweelingen blijken een vergelijkbaar gewicht te hebben, ook als zij gescheiden waren opgegroeid.


Achteloos
Het zijn handige weetjes voor dikke mensen die zich vernederd voelen wanneer zij worden geconfronteerd met bijvoorbeeld de hoogste ambtenaar van minister Hans Hoogervorst, die heeft gesuggereerd dat dikke mensen achteloos met hun gezondheid omgaan. Of met de Wageningse hoogleraar Schaafsma, die vindt dat dikke mensen op hun gewicht moeten kunnen worden aangesproken.

Steevast en steeds luider klinkt de boodschap dat overgewicht simpelweg het gevolg is van een onbalans tussen energie-inname en energieverbruik, die kan worden opgeheven door meer te bewegen en minder te eten.


Open deur
Maar dr. Sander Kersten, die de mechanismen achter voeding onderzoekt, kan niks met die boodschap. „Het is een waarheid als een koe. Maar het is ook een open deur die geen recht doet aan de werkelijkheid: obesitas is een ingewikkelde stofwisselingsstoornis. Daarbij dient ook aandacht te zijn voor de krachtige evolutionaire mechanismen die zich verzetten tegen gewichtsverlies.“

Neem nu al die te dikke mensen die jaar in jaar uit wanhopig proberen af te vallen maar al jojo-end steeds dikker worden. Die hebben niets aan de boodschap dat ze meer moeten bewegen en minder moeten eten.

Kersten: „Veel meer mensen slagen er in om te stoppen met roken dan om blijvend op het goede gewicht te komen. De effecten van alle afslankpogingen zijn desastreus.“ De boodschap is bovendien lang niet altijd eerlijk. Neem bijvoorbeeld twee vriendinnen: de een is dun, de ander dik. Maar eet de dikke ook meer en beweegt ze minder? Dat hoeft niet perse zo te zijn.

De boodschap klopt ook niet omdat de gevoeligheid voor smaken ook genetisch bepaald lijkt te zijn. Zo zijn er de ‘superproevers’ die veel heftiger op bepaalde voedselprikkels reageren en er dus sneller genoeg van hebben.


Nog zoiets: fidgeting. Dat is het Engelse woord voor onwillekeurig friemelen, niet stil kunnen zitten. Zo is de een altijd aan het wiebelen en zit de ander er van nature bij als een zoutzak. Ook daar is weinig aan te veranderen. Maar ondertussen verbrandt de friemelaar dagelijks wel honderden kilocalorieën meer dan de stoďcijn.

Aanleg
Desondanks schreef het Voedingscentrum pas in een persbericht: „Overigens speelt erfelijke aanleg maar een beperkte rol bij het ontstaan van overgewicht. Het gedrag is veel bepalender.“ Kersten: „Ik snap wel dat voorlichters het zo brengen. Niks doen is ook geen optie. Maar als wetenschapper zeg ik: het klopt niet. Erfelijke aanleg speelt wel degelijk een belangrijke rol. En bovendien heeft gedrag belangrijke erfelijke componenten.“

Onderzoek
Uit genetisch onderzoek, dat zich in sneltreinvaart ontwikkelt, zijn inmiddels talloze mutaties bekend die een extreem trage stofwisseling tot gevolg hebben en/of vraatzucht. Kersten: „Je hebt het dan bijvoorbeeld over kinderen die het hele huis inclusief de vuilnisbakken afstropen op zoek naar voedsel. Over kinderen van zeven jaar die tachtig kilo zijn.“ In de VS is een moeder van zo’n kind voor de rechter gedaagd. Haar werd verwaarlozing verweten.

„Maar“, zegt Kersten, „zo’n kind heeft altijd honger.“ Vijf procent van alle gevallen van obesitas (zwaar overgewicht) kan inmiddels concreet uit genetische afwijkingen worden verklaard. Dan is er nog een behoorlijk aantal genen waarvan vermoed wordt dat ze ernstig overgewicht tot gevolg hebben.

De verwachting is dat het aantal gevallen van obesitas dat uit aanwijsbare genetische oorzaken kan worden verklaard, de komende decennia drastisch zal toenemen. Sommige genetische factoren zullen van invloed blijken op de eetlust, andere op de stofwisseling, weer andere op beide.


Natuurlijk weet Kersten dat dikte niet tot louter genetica teruggebracht kan worden. Het feit dat de afgelopen decennia het aantal mensen met overgewicht en obesitas sterk is toegenomen, is duidelijk het gevolg van veranderde leefpatronen. Ook het feit dat lager opgeleiden gemiddeld zwaarder zijn dan hoger opgeleiden heeft geen genetische basis.

Te simpel
„Maar terwijl omgevingsfactoren er voor verantwoordelijk zijn dat het aantal mensen met overgewicht toeneemt, zijn verschillen tussen personen in belangrijke mate genetisch bepaald“, zegt Kersten. Dus als we weer eens een extreem zwaargewicht moeizaam voorbij zien schuifelen, is enig mededogen op z’n plaats. Het is in ieder geval te simpel om te denken: had je maar minder moeten vreten, vetzak.

Printversie

Bron: BN-De Stem, 11 januari 2006

Terug