Deel 2 van het verslag van de beklimming van de Kilimanjaro
(via de Machame route)

door Karel Huijgen


Dag 6: Barafu Camp naar Uhuru Peak op 5.895 meter

De start is precies om middernacht. De nacht van dinsdag 26 juli op woensdag 27 juli. Het uur van de waarheid is aangebroken. Over de kleren die ik 's avonds aangetrokken heb, volgen nog een windstopperjack dat bestand is tegen wind en koude en een windstopper buitenbroek. Om het hoofd tegen de vrieskoude te beschermen trek ik de fleece ijsmuts diep over mijn oren, doe ik een buff om (een warme shawl die je over je hoofd richting nek en hals trekt) en ik trek binnen- en buitenhandschoenen aan. De hoofdlamp wordt opgezet en blijft de gehele nacht branden (met reserve batterijen). Ik trek mijn bergschoenen aan over de dikke wintersokken die mij tegen de meeste koude dienen te beschermen. Mijn rugzak is gevuld met twee thermosflessen water, vermengd met Hadex (het drinkwater komt uit een beek). Per liter voeg ik 50 gram Isostarpoeder toe om een wat betere smaak aan het geheel te krijgen. Bovendien is Isostarpoeder energierijk. Ik stop in de zakken van mijn jack enkele energiebars en een rolletje Dextro. Een gevuld tasje met een verscheidenheid aan medicijnen is onmisbaar tijdens deze expeditie. Mijn Nikon D 70 fototoestel gaat goed warm verpakt mee in het grote vak van mijn rugzak, vergezeld van de camelback die ook half gevuld is met water. Ik smeer mijn gezicht op het laatste moment in met uierzalf, dat bescherming dient te geven tegen de felle wind en de vorst die ongetwijfeld op de top aanwezig zullen zijn.
Deze nacht begroet een heldere sterrenhemel ons, vergezeld van een licht schijnende maan die aangeeft dat het halve maan is. De bodem is knalhard bevroren. Het gaat over losse steenslag, zand en platen. Het eerste uur ligt het tempo te hoog. Dit komt vooral omdat we vanaf het begin over rotspartijen moeten stappen waardoor te snel ademnood ontstaat en de hartslag in deze fase te hoog oploopt. Peter, onze reisleider, die de Kili vannacht voor de achtste keer gaat beklimmen, geeft de hoofdgids Frederic te kennen dat het wat rustiger aan moet. 'Pole, pole', wat in het Swahili betekent 'kalmer'. Langzaam lopen, rustig ademen, geen onnodige bewegingen.
Onderweg wordt drie keer een korte stop gemaakt om te drinken. Naarmate we stijgen, wordt de lucht steeds ijler. Ik pas nu mijn passen en het ademhalingsritme aan. Ik ga over op halve pasjes, en adem bij elke stap in en uit. Zo kom ik beter in mijn ritme. Enkelen van ons krijgen al uitputtingsverschijnselen en worden door Peter en de assistent-gidsen letterlijk en figuurlijk opgevangen. Sommigen geven hun rugzak aan de gids ter verlichting van het stijgen. We bevinden ons om circa 03.00 uur op een hoogte van 5.400 meter. Dit is te merken, de lucht wordt nog ijler. Omkijken of naar boven kijken, kan niet, elke misstap kost energie. Daarom is het geboden alleen naar de achterkant van de voeten van je voorganger te kijken. Concentratie is uiterst belangrijk in deze fase. Kijken op je horloge hoe laat het is, vergeet het, te veel inspanning, je wilt niet weten hoe vroeg of hoe laat het is.
Er komen momenten in je gedachten dat je jezelf moet verplichten aan andere mooie dingen te denken. Het e-mailtje dat ik gisteren op mijn mobieltje kreeg van mijn vrouw Nelly, geeft mij opnieuw kracht om door te gaan. Ik kan het nog... ben nog niet aan het einde van mijn krachten, sterker nog, hoe vreemd het ook klinkt... ik ben nog niet moe. Ik realiseer me nu dat dit niet een beklimming is bestaande uit 6 dagen, nee, ik heb hier een jaar lang dag in, dag uit voor getraind. Per week vier uur conditietraining bij Roel Bos (Fysio Focus). Samen met zijn medewerkers heeft hij mij op een hoog conditioneel peil gebracht. Ik denk aan de vele uren die ik heb doorgebracht in de Soester Duinen. Urenlang 50 maal duin op, duin af met een totaal gewicht van 12 kilo in mijn rugzak. Deze trainingsarbeid gaat zich nu uitbetalen, ik voel het, ik ben ervan verzekerd!
In deze vorm van trance en nog niet beseffend dat we heel dicht bij Stella Point ter hoogte van 5.700 meter zijn, stopt de hoofdgids. Wat nu? Rustpauze? Het duurt even voordat we beseffen dat we bij Stella Point zijn aangekomen. Het is er koud, ijskoud. De wind waait door mijn vijf lagen kleding. Een korte drinkpauze, niet afkoelen. We moeten door. Het einde is in zicht. Ik bemerk dat we nog met een groepje van zeven zijn. De rest volgt op misschien vijftig meter, wat voor hen betekent dat ze hun eigen tempo dienen aan te houden.
Het is nu 5 uur in de morgen van woensdag 27 juli. We moeten nog 200 meter klimmen, wat betekent dat na een jaar van voorbereidingen over ongeveer één uur de bekroning op het werk voor het grijpen ligt. Doch ik realiseer me: het zijn er velen in het verleden geweest die niet meer in staat waren deze laatste overbrugging te voltooien. Maar ik voel het, de kracht zit nog in de benen, de geest is nog helder, geen greintje hoofdpijn te bespeuren. Het laatste uur loop ik alsof er veren onder mijn schoenen zijn gebonden. Ik word figuurlijk gedragen. Aan de linkerzijde zien we ondanks de duisternis Rebmann Gletscher. Het panorama berooft mij bijna van de laatste adem. Alleen de kou en de storm dwingen me tot verder gaan. Van Stella Point tot de top van de Kilimanjaro, de Uhuru Peak, is het ongeveer één uur.

 


Om 06.00 uur staan we met de eerste groep op de hoogste bewandelbare berg van de wereld. Wat heet bewandelbaar. We omhelzen elkaar. We zijn deze dagen naar elkaar toe gegroeid. Eén doel voor ogen. We hebben het gehaald. Emoties komen bij een ieder los, tranen vloeien. Felicitaties worden uitgereikt. Binnen 15 à 20 minuten is iedereen van de groep boven. Wij met zijn allen hebben het gehaald. Foto's worden er gemaakt.
Mijn privé sponsor Peter Beukers van Bakkerij 't Stoepje heeft mij een vlag meegegeven. Wat nu? Ik raak enigszins in paniek. Mijn camera, het is zo verschrikkelijk ijskoud op de top, werkt niet. Dit kan niet waar zijn. Nadat ik de camera enkele minuten onder mijn kleding tegen mijn lichaam heb aangedrukt, komen de functies weer terug. Snel foto's gemaakt. Het is nu bijna half zeven, de zon verschijnt in het oosten aan de einder. Prachtig, deze rode/roze gloed.
Tijd om hiervan te genieten gunnen we ons niet. Koud, koud, ijskoud. Het vriest er maar zeven graden, doch de gevoelstemperatuur is zeker 10 graden lager.
Ik besluit af te dalen. Te dalen om mijn lichaam wat meer warmte te gunnen. Te dalen om meer zuurstof tot me te nemen. Ik doe 3,5 uur over de afdaling naar Barafu Camp op ruim 4.600 meter. Deze afdaling bestaat uit het glijden door en met de hak afzetten in het lavagruis. Aangekomen in het kamp ga ik in de tent op mijn slaapzak liggen. Ik rust uit. Lunch, rusten, teatime, rusten, avondeten, zijn opnieuw de gebruiken van vandaag.
Als ik 's avonds in mijn slaapzak kruip, laat ik de laatste dagen nog eens de revue passeren. Ik voel me een gelukkig mens, geen ongemakken gekend, geen hoofdpijn, geen spierpijn, geen darmstoornissen, zelfs geen vermoeidheidsverschijnselen.
Morgen gaan we 3.000 meter afdalen. De tijd die we daarvoor nodig hebben, bedraagt circa 6 uur. Dat moet een makkie zijn, denk ik. Niet wetend dat deze afdalingsdag voor mij de moeilijkste dag zal worden tijdens deze expeditie, val ik in slaap.
Om twee uur 's nachts word ik wakker. Storm, hagel, sneeuw teisteren mijn tent. Ik denk aan de groep die nu op weg is naar de top van de Kili onder deze barre omstandigheden. Dit moet dubbel zo zwaar zijn als tijdens de weersomstandigheden die onze groep kende vorige nacht.
Respect gaat uit naar die 58 mensen (dragers) die tijdens deze dagen alles hebben meegesjouwd. Tenten, tafels, onze plunjezakken, voedsel. In totaal moesten 78 mensen elke dag voorzien worden van eten en drinken. Het water werd gehaald uit beekjes. Soms wel drie uur lopen om daarna met volle jerrycans terug te keren. Zij verdienen grote waardering!!
 

 



Dag 7: Van Barafu Camp (4.670 meter) afdalen naar de Mweka Gate (1.700 meter)

Deze afdaling is beslist geen makkie, zoals ik een dag tevoren dacht. Een afdaling van 3.000 meter in één dag is veel. De tijd die we hiervoor nodig denken te hebben, is circa 5 à 6 uur.
Om 06.30 uur worden we weer gewekt met early morning tea. Het sneeuwt nog steeds en het is opnieuw ijzig koud. Bovendien stormt het. Om 07.00 uur staat het ontbijt gepland. Vanuit mijn tent is het circa 20 meter klimmen naar de restauranttent. Vanuit ruststand van het lichaam vergt het steeds veel energie om er te komen. Wat blijkt bij aankomst van de restauranttent? Hij is gedeeltelijk omgewaaid door de heftige storm van deze nacht. We staan met 20 mensen te blauwbekken in de kou. In de storm, de hagel en de sneeuw. Door een aantal van onze trouwe dragers wordt de tent weer in zijn fatsoen gebracht. We doen ons binnen te goed aan hete thee, gebakken ei, warme worstjes en toast.
Na het ontbijt, voor het verlaten van Barafu Camp, wordt door Peter, onze reisleider, het tipgeld uitgereikt aan de hoofdgids Frederic. Hij zal zorgen voor een juiste verdeling van deze gelden. Alle 58 manschappen staan aangetreden in de dichte mist en de snijdende kou. Na een speech van Peter hebben zij de Kilimanjaro song met volle overgave ten gehore gebracht. Erg indrukwekkend!
 
 


Met de afdaling beginnen we om 08.00 uur. Via rotspartijen en steile afdalingen gaat de tocht verder. Eerst de hakken op en in de grond plaatsen is de meest efficiënte manier voor een afdaling. Op weg naar hogere temperaturen en vooral ... meer zuurstof. Na één uur afdalen krijg ik brandende pijn onderaan de hakken van mijn beide voeten.
Tijdens een drinkpauze bij een kamphut kunnen we cola kopen. Een delicatesse na al die mokken thee. Nu eindelijk eens drinken zonder toevoeging van Hadex vermengd met Isostarpoeder.
De pijnen in m'n hakken gaan een steeds heftiger vorm aannemen, maar het is nog maar vier uur lopen naar de Mweka gate. Elke landing op een steen of stuk rots veroorzaakt een stekende pijn. Nu pas kom ik erachter hoe moeilijk het is om af te dalen. Vooral als dit 3.000 meter is en dit een afstand is van 15 à 20 kilometer.
Een korte regenbui aan het begin van het tropisch regenwoud verplicht mij de poncho aan te trekken. In het regenwoud is het een modderzooi. Bij elke stap zak je weg in de bruine substantie. We bepalen met een klein groepje ons eigen looptempo, lassen drinkpauzes in en maken nog enkele fotostops. Achter ons lopen twee dragers met de medical box. Zij sluiten de rij van ons groepje.
We komen uit op een verbreed pad, waarop we ook sporen van autobanden aantreffen. We denken, ja, we weten het bijna zeker, dat we nu snel bij de gate zullen aankomen. Bij navraag bij één van de dragers krijgen we het antwoord dat het nog "sixty minutes" zijn. Een tegenvaller. De laatste loodjes wegen het zwaarst!!!
Om 13.15 uur komen we op de parkeerplaats van de gate aan. Peter, onze reisleider, staat ons op te wachten. Met een forse handklap verwelkomt hij ons. De klus is geklaard. De 1,5 literfles fris mineraal water die ik binnen 15 minuten leeggedronken heb, geeft mij nieuwe krachten.  
 


Uitboeken bij het kantoortje is erg belangrijk. Via je persoonlijke gegevens wordt er streng gecontroleerd wie er de top hebben bereikt. Aan de hand van deze informatie wordt daar ter plaatse een certificaat uitgeschreven, waarop vermeld staat dat de beklimming van deze gigantische Kilimanjaro met goed resultaat is afgesloten. Dat het serieus is blijkt wel uit het feit dat dit waardevolle papier is ondertekend door een drietal mensen: de gids Frederic, de parkwachter van het Mt. Kilimanjaro National Park en de Directeur-Generaal van Tanzania National Parks.
Bij aankomst in het Keys Hotel in Moshi worden wij door de kamermeisjes gesommeerd onze vervuilde en besmeurde schoenen buiten uit te trekken. Zij zorgen ervoor dat voor een bedrag van 2 dollar de schoenen binnen twee uur gereinigd en gepoetst voor de kamerdeur staan. Grote klasse.
Wassen, scheren, douchen zijn vanzelfsprekend de rituelen waarvoor we een zee van tijd nodig hebben gehad. Ik blijf onder de douche staan totdat de boiler geheel en al leeg is.
Later die middag vul ik een zak met kleren, gebruikt en ongebruikt, bestemd voor de dragers die ons zo fantastisch hebben begeleid de afgelopen week. Alle geschonken kleding krijgt hier in Tanzania een tweede leven.
 
 


Later op de dag, na het avondeten in Keys Hotel in Moshi, worden de certificaten aan de deelnemers uitgereikt. Deze feestelijke uitreiking, door Peter, gaat gepaard met een heerlijk glas koele champagne en een persoonlijk toespraakje gericht tot elke deelnemer.
Ik zoek om 21.00 uur mijn kamer op, schrijf de belevenissen van die donderdag op in mijn dagboekje, poets mijn tanden en duik om 22.10 uur mijn bed in. Wat een weelde, wat een luxe, wat een voldoening. Met een hoge graad van tevredenheid en dankbaarheid val ik in slaap.

 

 
Het verblijf in Keys Hotel Moshi (vrijdag 29 juli)

Vrijdagmorgen om 07.45 uur opgestaan na een geweldige nachtrust. Geheel ontspannen geslapen. Wat een weelde om weer terug te zijn in de wereld waar ik me thuis voel. Het Keys Hotel: een uitstraling van rust en huiselijke sfeer. Ik heb om 08.30 uur afscheid genomen van Marieke en Anke, Marja en Roelof en van Hilde en Rob. Zij gaan nog een week op safari, richting Tarengire, Manyara, Serengeti en de Ngorongorokrater.

Om 11.00 uur hebben we met de overgebleven mannengroep een wandeling van één uur gemaakt naar het centrum van Moshi. Onderweg veel leuke tafereeltjes gezien. Afrika is letterlijk altijd in beweging. Een tijd lang hebben een tiental schoolmeisjes ons begeleid. Aangekomen bij hun school heeft Ruud ze allemaal een ballpoint gegeven. Dolgelukkig waren ze met deze geste. In Moshi rondgekeken op zoek naar T-shirts. In de winkel kosten ze 10 dollar. Op straat 5 dollar. Ik heb een T-shirt voor Jelle gekocht (Machame-route) en twee voor mijzelf (I just done it). Met z'n allen cola gedronken op een terras nabij een centraal gelegen pleintje. Op de weg terug naar Keys Hotel houtsnijwerk gekocht, een olifant uitgevoerd in natuurgetrouwe kleuren.
Op m'n kamer aangekomen heb ik een boekje gelezen met naast mij op bed een grote zak ... chips. Heerlijk. In de namiddag twee potten bier gedronken op het terras van het Hotel. Ondertussen erg leuk gebabbeld met Sander, Marc en Peter.
Het avondeten was erg goed. Diverse salades, gebakken aardappelen, chinese rijst met mootjes gebakken tonijn. Dat ging er in. Tijdens het diner afgesproken dat de reünie in de eerste helft van oktober gehouden zal worden in Boxtel.


 


 
Per shuttlebus van Moshi naar Nairobi (zaterdag 30 juli)
 
Deze nacht opnieuw goed geslapen. Om 04.30 uur beginnen de hanen te kraaien. Tijdens het uurtje waarin ik na het hanengekraai wakker lig, ga ik nu pas echt beseffen wat voor prestatie door onze groep is neergezet. Het is me nog steeds een raadsel dat ik bij het bereiken van de top niet vermoeid aankwam. Opnieuw verschijnen de beelden op mijn netvlies: zes uur lang alleen maar kijken naar de hakken van je voorganger, zes uur lang concentratie, zes uur lang proberen je ademhalingsritme te handhaven. Niet te geloven. Met een onverklaarbaar heerlijk gevoel val ik tijdens het ochtendgloren opnieuw in slaap.

Ontbijt, inpakken. Afspraak is dat we om 11.00 uur vertrekken. Alle bagage wordt bovenop de shuttlebus vastgesjord. Bij het kantoor van Riverside in Moshi komen er nog 10 passagiers bij. Bij het Mount Meru Hotel in Arusha moeten we bij het busstation overstappen op de shuttlebus die ons naar Nairobi zal brengen. Tijdens deze transito genieten we met z'n tienen van een heerlijke sandwich op het terras van Mount Meru Hotel.
De route naar de grensplaats Namanga is afwisselend. Daar aangekomen is het een heksenketel. In het "niemandsland" tussen Tanzania en Kenia hebben zich tientallen Masai-vrouwen verzameld, druk doende om hun waren aan elke blanke te verkopen. Houtsnijwerk in allerlei variaties, polskettinkjes en vooral halsversieringen zijn de producten die zij met de hand vervaardigen. Na veel heen en weer bieden van shillings, dollars en euro's gelukt het toch één van hen één van ons als koper te registreren. Een prachtige kleurrijke halsversiering voor maar 5 dollar. De shuttlebus moet zelfs na het wegrijden gas minderen om de financiële transactie af te handelen.

Onderweg naar Nairobi zien we dat er een ernstig ongeluk is gebeurd. Een minibusje is op een personenauto geknald, enkele malen over de kop geslagen en ligt rondom ingedeukt in een brede greppel naast de weg. Minibusjes met in totaal 9 zitplaatsen worden bijna altijd volgepropt met wel 20 à 25 personen. Opeengepakt en rijdend met geopende schuifdeuren.

Tijdens deze reis per shuttlebus van Moshi naar Nairobi komt ons van drie Nederlanders het volgende bericht ter ore waardoor een ieder heel stil en klein werd. Tijdens de bizarre tocht, één dag na onze finale, zijn twee jonge deelnemers tijdens het laatste gedeelte van de klim dodelijk verongelukt. De één door hoogteziekte, de ander doordat hij, wellicht door oververmoeidheid en een gebrek aan coördinatie, door de hevige storm de krater werd ingeblazen.

Ik realiseer me dat een mens maar een nietig stofje is op deze machtige Kilimanjaro. Dankzij de steun en de kracht die ik heb kunnen bundelen aan mijn doorzettingsvermogen, en mijn goede gezondheid was ik in staat deze missie Kilimanjaro te voltooien. Mijn gevoel zegt me dat het bereiken van deze prestatie voor mij persoonlijk gelijk staat met het behalen van een gouden medaille op de Olympische Spelen.
Ik verlang naar de aankomst op Schiphol, ik verlang naar mijn eigen huis, naar mijn naaste omgeving. Met dank aan de Schepper van deze machtige Kilimanjaro stap ik op Kenyatta International Airport in het vliegtuig richting ... huis, vergezeld van mijn trouwe rugzak met daarin de op het laatste ogenblik gedane inkopen in de tax-free shop, bestaande uit een pak Arabica koffie, een doos chocolade en nog een cap voor Jelle.

Met de KL 566 landen we zondagmorgen 31 juli om 06.00 uur op Schiphol. Naar dit moment heb ik de laatste dagen uitgekeken. De hereniging met de personen die me lief zijn. Aangekomen in de aankomsthal zie ik van verre al bewegingen achter de glazen afscheiding. Mijn vrouw Nelly, Lucia, Jaap en Jelle, zij maken deel uit van het ontvangstcomité dat zich op dit vroege uur heeft verzameld. Wij hebben als groep vrij snel de bagage bijeen en gaan richting de uitgang. Na het openen van de schuifdeuren en bij het binnenkomen van de aankomsthal worden omhelzingen ingezet, foto's worden af en aan gemaakt. I JUST DONE IT: CLIMBING THE KILIMANJARO.
Er is door Lucia, Jaap en Jelle een groot spandoek gemaakt. Emotioneel lees ik de tekst: "De Kilimanjaro was één van je dromen, die op je 63e is uitgekomen. Gefeliciteerd!!!

 


Ik neem afscheid van de groep met een stevige handdruk . We zijn naar elkaar toegegroeid. Het afscheid tussen mij en Peter, Mark en Sander gaat gepaard met een stevige omhelzing. We kennen de inhoud en de betekenis hiervan.

Nog ooit eens de uitdaging dergelijke missies uit te voeren, zult u vragen? Nooit... nooit... nooit meer. Dit was eenmalig. Ik stop letterlijk en figuurlijk op mijn hoogtepunt. Ik bedank een ieder die mij in gedachten heeft gesteund tijdens deze missie Kilimanjaro. Missie Kilimanjaro is perfect uitgevoerd. Mede door de mensen die mij hierin gesteund hebben. Nogmaals dank.

Karel
8 augustus 2005

 
Schrijf of lees in HET KILIMANJARO GASTENBOEK

Terug naar deel 1

Home
Sitemap